
Toen ik iets meer dan drie jaar geleden in de zorg-trein stapte, had ik geen idee wat ik moest verwachten. Hoe zou het zijn om hulp van medereizigers te krijgen? Zou ik ze leren vertrouwen en een goede band met ze opbouwen? En vooral: waar ging die trein eigenlijk naartoe? Had ik überhaupt een bestemming?
Als je meer van mijn verhalen hebt gelezen, weet je inmiddels dat ik best een goede ervaringsdeskundige ben. Dat wil zeggen dat ik de meeste van bovenstaande vragen al heb beantwoord, al vertellend.
De band met de zusters die hier regelmatig over de vloer komen, is sterk. Ze weten precies in welke la mijn ondergoed ligt, kunnen de traplift moeiteloos bedienen terwijl ik daar elke dag ruzie mee heb, en voelen mijn emoties feilloos aan. Maar dat is wederzijds. We hebben samen gelachen, gezongen en zelfs mini-dansfeestjes gehouden tijdens het aankleden. Als er geen muur van professionaliteit tussen ons stond, zouden we door de steeds veranderende zorgregels waarschijnlijk ook samen huilen.
Het is natuurlijk niet altijd rozengeur en maneschijn. Soms zijn er miscommunicaties, frustraties en dingen die je het liefst door de wc zou spoelen. Dat hoort er ook bij. We zijn allemaal mensen, en de zusters hebben een hoop cliënten om te helpen. Ze kunnen niet alles onthouden, en sterker nog, het is onmogelijk om alles precies zo te doen als jij als cliënt het graag zou willen. Vooral omdat niemand op twee plekken tegelijk kan zijn (behalve misschien een goochelaar, maar die werken niet in de zorg, voor zover ik weet).
Ik ben niet de enige cliënt die om 07:45 ’s ochtends medicijnen moet innemen, en iedereen in de zorg heeft ook nog eens zijn eigen afspraken. Dat maakt het voor de zusters lastig. Ze moeten keuzes maken zonder dat ze te veel cliënten tegelijk teleurstellen. Gelukkig, als je dat als cliënt kunt onthouden, kun je – binnen de grenzen van de privacy – met elkaar overleggen en tot andere oplossingen komen. Daarom ben ik zo ontzettend blij met mijn stationsklok!
Goed, het is wel duidelijk dat ik tijdens mijn treinreis veel geleerd heb, en dat de reis daardoor best soepel verloopt. Maar er blijft één vraag onbeantwoord: waar gaan we heen? Is er überhaupt een bestemming?
Toen ik instapte, dacht ik van niet. Ik was gewend dat mijn ziekte alleen maar achteruitging, en toen een zwartrijder met twee rode streepjes vier jaar geleden mijn wagon binnensloop, dacht ik dat ik voor altijd in de zorg-trein zou blijven zitten. Dat die zwartrijder voor de rest van mijn leven aan mijn aangeboren ziekte zou binden, zonder ooit betrapt en eruit gezet te worden.
Begin dit jaar vertelde de diabetesverpleegkundige me dat, als die zwartrijder zou blijven stiekem rommelen met mijn suikerspiegel, ik aan andere medicijnen zou moeten – medicijnen waar ik absoluut geen zin in had. Dus besloot ik anders te gaan eten en manieren te vinden om te bewegen die bij mijn lichaam passen. Allemaal deel van een experiment om te zien of ik die zwartrijder alsnog de trein uit kon werken. En stap voor stap is het me gelukt om weer meer zorg zelf te doen en de wereld van die zwartrijder kleiner te maken.
Tijdens een evaluatiegesprek een paar dagen geleden kon ik eindelijk het goede nieuws met de zusters delen: de zwartrijder is betrapt en uit de trein gezet! Ik ben weer in staat mijn persoonlijke zorg zelf te doen. Wel heeft die zwartrijder een paar smerige plekken achtergelaten die niet meer weg te poetsen zijn, zoals de schade aan mijn lichaamsklok. Daarom heb ik gevraagd of de stationsklok mocht blijven, zodat ik mijn medicijnen op tijd kan blijven innemen. Er liggen ook nog een paar gladde plekken op de vloer, wat mijn valrisico iets verhoogt, dus ik wilde ook graag mijn persoonsalarmering houden.
Mijn verzoeken werden door de conducteur goedgekeurd. Wagon 4 blijft zelfs voor me gereserveerd, voor het geval ik in de toekomst toch weer wat hulp nodig heb. Ze moeten namelijk ook het stationsklokje en de persoonsalarmering kunnen onderhouden als dat nodig is.
Tot nadere orde mag ik uit de trein stappen en genieten van de frisse lucht en vrijheid. Want die zwartrijder stonk, zeg!
Ik ben ontzettend dankbaar voor de zusters die de afgelopen drie jaar met mij hebben meegereisd. Door hun steun en het constante meedenken om tot oplossingen te komen, is die zwartrijder eindelijk de trein uitgezet, en heb ik een bestemming bereikt. Iets wat ik nooit had verwacht. Hoewel ik hoop nooit meer hun hulp nodig te hebben, zullen ze altijd een speciale plek in mijn hart hebben. Ze hebben hun trein met mij gedeeld, en het was een bijzondere reis.






